Aangezien het in de zomerperiode vaak allemaal net even wat anders gaat dan in de rest van het jaar kan het zomaar gebeuren, dat je kind opeens last krijgt van nachtmerries. Voor je het weet hoor je dan de volgende hartekreet door je huis, hotel of over je kampeerplek schallen:
PAPPÁÁÁÁÁ MAMMÁÁÁÁÁ HELP!!! Er zit een gemene oude heks achter me aan. Ze heeft hele gekke kleren aan en ze schreeuwt de hele tijd dat ze me gaat pakken!
Brrrrrr, het zal je maar gebeuren als je net lekker in je eigen pyjamaatje ligt te slapen. Een heks achter je aan en dan ook nog zo’n hele gemene!
Het ontstaan van nachtmerries
Als kinderen zo’n jaar of twee zijn beginnen ze zo nu en dan een nachtmerrie te krijgen. Tussen hun derde en zesde levensjaar gebeurt dit regelmatig. Dit heeft ermee te maken dat een kind op deze leeftijd geconfronteerd wordt met allerlei krachten die nieuw en overweldigend zijn en waar het ook nog geen eigen antwoord op heeft kunnen vinden. Dit terwijl het kind zelf ook nog klein, kwetsbaar en volledig afhankelijk van de eigen ouders of verzorgers is.
In dit krachtenveld vormen zich de thema’s die als een rode draad door het verdere leven gaan lopen. Dit maakt dat nachtmerries van kinderen interessante dromen zijn om nader te onderzoeken. Ook als je je als volwassene nog een specifieke droom kunt herinneren die je had als kind.
Waar gaan kindernachtmerries over?
De onmacht die een kind ervaart tijdens het het opgroeien in een setting waarin je het zelf niet voor het zeggen hebt vertaalt zich in de nacht meestal in één van de volgende droomthema’s:
- Achtervolgd of aangevallen worden (door enge dieren, monsters en figuren)
- Gevangen/klem zitten, niet kunnen bewegen, geen geluid kunnen maken, stikken
- Vallen
- Verlies
- Het voorvoelen van nare gebeurtenissen binnen de familie
Reden genoeg om deze droomthema’s net wat verder uit te diepen en eens te kijken naar de onderliggende dynamieken .
Achtervolgd of aangevallen worden
Een enge heks die achter je aan zit vormt samen met het monster onder je bed zo ongeveer het meest klassieke beeld dat er bestaat als het over kindernachtmerries gaat. Samen met gevaarlijke dieren en andere achtervolgers representeren zij alles dat voor een kind gevaarlijk en onveilig kan voelen. Je huilt je de ogen uit het hoofd en het duurt voor je gevoel best lang voordat je getroost wordt. Je gedraagt je frank en vrij en krijgt opeens op je kop van je ouders. Dit terwijl je geen idee hebt wat er nou zo fout was. Je voelt je veilig en geborgen en moet dan opeens naar een plek waar er hele andere dingen van je verwacht worden dan thuis. Ondertussen is het volstrekt onduidelijk waar je ouders opeens zijn gebleven. Wat je ook doet, je blijft als kind voortdurend dit soort situaties tegenkomen. Er lijkt geen ontsnappen aan. Niet zo gek dus dat het thema achtervolgd en aangevallen worden regelmatig terugkomt in de nacht.
Gevangen/klem zitten, niet kunnen bewegen, geen geluid kunnen maken, stikken
Ieder opgroeiend kind leert om de eigen instincten en driften dusdanig te beheersen dat er geen straf of afwijzing volgt van pappa en mamma. Toch wint de neiging om lekker met je eten te smeren of te gooien of ongebreideld te gaan schreeuwen als je ouders iets doen wat je niet aanstaat, het nog regelmatig van het flinterdunne vernislaagje dat de opvoeding inmiddels heeft weten aan te brengen. Het kind komt klem te zitten tussen wat goed voelt en hoe het hoort. Wat vanuit het lijf naar buiten wil is daar blijkbaar niet altijd welkom. De ouders hebben het daarbuiten immers voor het zeggen, dus het kind leert zich met vallen en opstaan aan te passen. Dit vertaalt zich in droombeelden waarin het kind gevangen wordt, zich niet meer kan bewegen, geen geluid kan maken of zelfs stikt.
Vallen
Hoe meer het kind de fysieke instincten en driften leert te beheersen, hoe meer het zich gaat identificeren met het hoofd. Hierdoor ontstaat er een steeds groter wordende afstand tussen het eigen lichaam en het hoofd. Die afstand is aan de ene kant soort van fijn, omdat het (de illusie van) controle geeft. “Als ik alleen het wit van het zebrapad aanraak komt het goed” is typisch zo’n gedachte die past bij de illusie van controle.
Aan de andere kant introduceert de steeds groter wordende afstand tussen hoofd en lichaam ook de mogelijkheid om de controle te verliezen en te ‘vallen’. Voor het ego voelt vallen als een groot gevaar. Maar wat er eigenlijk gebeurt is, dat er door te vallen weer verbinding ontstaat met dat wat zich ‘aan de onderkant’ c.q. in het lichaam afspeelt.
Droombeelden over vallen gaan dus aan de ene kant over angst om de controle te verliezen en aan de andere kant over de mogelijkheid om de illusie van controle te doorbreken. Het leuke aan dromen over vallen is namelijk dat je nooit daadwerkelijk te pletter slaat!
Verlies
In veel kinderdromen ervaart het kind een verlies. Dit kan gaan over een feitelijk verlies, zoals het kwijtraken van een favoriete knuffel of een fiets. Maar ook, een stuk ingrijpender, over het gevoelsmatige aspect dat om de hoek komt kijken bij een verhuizing of bij het verliezen van een dierbaar familielid. Op een dieper niveau verliezen opgroeiende kinderen steeds meer hun intuïtieve contact met de magische wereld. Het magische maakt plaats voor het wereldse en ook dat verlies komt terug in hun dromen. Het troostrijke is, dat dit laatste verlies een dusdanig diep verlangen in ons achterlaat, dat onze ziel de rest van ons leven zal proberen om vanuit de dualiteit terug te keren naar de eenheid.
Voorvoelen van nare gebeurtenissen in de familie
Er wordt wel eens gezegd dat kleine potjes grote oren hebben. Met andere woorden: kleine kinderen vangen meer op dan je denkt. Niet alleen via hun oren, maar met heel hun wezen. Net als voor volwassenen geldt ook voor kinderen, dat wat er overdag niet of nauwelijks mag zijn, terugkomt in de nacht. Dit maakt dat kinderen voorafgaand aan een overlijden of een scheiding soms al dingen dromen die hier duidelijk mee in verband staan.
Wat kun je doen als ouder?
Als je eigen kind een nachtmerrie heeft gehad, is het begrijpelijk als je de neiging krijgt om de droom te duiden of je kind gerust te stellen door te zeggen ‘dat het maar een droom was’. Je kind heeft er echter het meeste aan als het (nadat de eerste angst is gezakt) spelenderwijs expressie mag geven aan wat het in de droom heeft ervaren. Door zelf een ander einde voor de nachtmerrie te verzinnen en dat na te spelen maakt het kind zich vrij. Een andere leuke manier kan zijn als het kind zelf het monster onder het bed mag worden en vervolgens pappa en mamma bang mag maken. Zo komen de krachten die het kind overweldigen binnen het eigen bereik. Dit geeft stevigheid en zelfvertrouwen.

Opvallend genoeg gebruiken kinderen in dit ‘spel’ vaak aspecten uit de leuke dromen die ze in hun kindertijd natuurlijk ook hebben. Dit zijn vaak korte, levendige dromen met een rijkdom aan magische beelden. Opeens word je een ridder. Een elfje of een ander magisch wezen schiet je te hulp. Je pakt je toverstaf of je magische ‘anti-heksen-en-monsters’ spray en ’ti-ta-tovenaart’ al dat gespuis onmiddellijk tot stilstand. Of je slaat al die hocus-pocus over door weg te vliegen naar een plek waar je je veilig voelt en de zwaarte van de nachtmerrie op kan lossen.
Tenslotte
Welke enge dromen had jij als kind? Is er een droom uit je kindertijd die je je nog heel specifiek kunt herinneren? Op welk punt in die droom werd het spannend voor je? Kun je een link leggen tussen wat er op dit punt in de droom gebeurde en een thema dat als een rode draad door je leven loopt?
Voel je welkom als je hulp wilt bij het begeleiden van een kind dat last heeft van nachtmerries of als je een keer langs wilt komen om de dromen uit je eigen kindertijd te onderzoeken! Hou er rekening me dat hier kosten aan verbonden zijn.
Door: Mariëlle Borst
P.S. In oktober starten er weer twee ITIP Dromengroepen. Eén in Vleuten o.l.v. Ilse van der Jagt en één in Leiden o.l.v. Marielle Borst. Je kunt je hier opgeven en meer informatie vinden. Zou leuk zijn jou als lezer hier te treffen!
Bron: Dit blog is gebaseerd op het ITIP artikel Kinderdromen door Nanske Kuiken

