Herinner jij je kinderdromen nog? Misschien die ene droom waarin je vrij speelt, of juist een nachtmerrie waarin je nergens heen kunt? Zijn het er veel? Of blijft vooral een sfeer, beeld of gevoel hangen? Zelf herinner ik me nauwelijks dromen uit mijn kindertijd. Dat vind ik jammer. Juist kinderdromen laten vaak al zien welke overtuigingen en kwetsbaarheden je een leven lang meeneemt. Ze ontstaan wanneer je de wereld nog niet overziet, het leven je overkomt en je zoekt naar houvast. Precies dat gevoel—gevormd worden van buitenaf—maakt ze interessant. Ze leggen de basis voor hoe je je tot het leven verhoudt, nog voordat je er woorden voor hebt. Terugkijken op je kinderdromen kan je helpen zien, waar patronen zijn ontstaan die nu nog doorwerken. Zo kunnen kinderdromen als kompas werken voor je leven nu.
Kinderdromen als blauwdruk
Tijdens de dromenopleiding van ITIP School voor Leven en Werk hoor ik er voor het eerst over. Kinderdromen kunnen in hun rauwheid en symboliek zichtbaar maken hoe je je tot het leven bent gaan verhouden: hoe je omgaat met angst, prestatie, hechting of machteloosheid. Vaak zijn het korte, intense dromen waarin je wordt achtervolgd, valt, verdwaalt, schreeuwt, niemand je hoort of geen kant op kunt. Alsof in zo’n droom de kiem wordt gelegd voor een innerlijk verhaal dat een leven lang doorwerkt—een onderstroom die zich telkens in nieuwe vormen laat zien. Zo ontstaat er een blauwdruk voor levensthema’s die je blijven raken.
Herinnering aan wie je ten diepste bent
Kinderdromen laten niet alleen donkerte zien. Tussen dreiging en verwarring verschijnen ook beelden van licht—herinneringen aan wie je was vóór je leerde overleven. Een vrij kind, verbonden met zichzelf en de wereld. Ook dat beeld kan richting geven: als blijvende herinnering aan wat er voorbij de aanpassing nog steeds in jou leeft.
Voor mij kwam dit tot leven in een gesprek met een vriendin. Zij herinnert zich haar kinderdromen goed. Wat me verraste, was dat ze begon met een droom vol licht en vrijheid. Geen nachtmerrie, maar ruimte, spel, een natuurlijke staat van zijn. Juist hierdoor werd voelbaar hoe ze zich later is gaan afstemmen op anderen en een sterk verantwoordelijkheidsgevoel ontwikkelde.
Ik bevind me in een open veld, omringd door bomen, vlak bij mijn basisschool. Ik heb alle ruimte om te bewegen. Ik maak radslagen en voel geen enkele beperking. Ik kan vrijuit mezelf zijn. Heerlijk!
Vrijheid en beperking
Zo zijn niet alle kinderdromen beklemmend. Soms ademen ze juist een vanzelfsprekende vrijheid, zoals in bovenstaand droombeeld: de ruimte om te bewegen zoals je wilt, zonder oordeel. In zulke dromen klinkt een diepe, oorspronkelijke vrijheid door—het vertrouwen dat het goed is zoals het is, dat je mag doen wat bij je past, dat je mag zijn wie je bent. Een staat waarin lichaam en geest één zijn. Naarmate we ouder worden, verschuift dat. We leren hoe het hoort, stemmen ons af op verwachtingen. Raken in ons hoofd. Ongemerkt beginnen we onszelf te meten: ben ik wel goed genoeg? Dromen van vrijheid maken dan plaats voor dromen waarin iets stokt. Zoals deze jeugddroom van mijn vriendin:
Ik haal mijn toets of examen niet. Ik voldoe net niet aan de verwachtingen. Ik voel me benauwd en schaam me dat ik het niet red.
Deze droom keerde vaker terug, mede door haar dyslexie. Soms haalde ze een diploma, maar moest het weer inleveren zodra het volgende niveau niet lukte. Het contrast is groot: aan de ene kant vertrouwen—ik ben vrij, ik doe mijn ding. Aan de andere kant twijfel: wat als ik niet voldoe? Haar kinderdromen maken die innerlijke beweging voelbaar. Vrije stroom tegenover angst om te falen. Die twee kanten leven nu nog in haar keuzes en in de snelheid waarmee haar vertrouwen kantelt als er verwachtingen bijkomen. De dromen laten voelen hoe oud die dynamiek is—en hoe levend ook nu nog.

Zorgen voor de ander
Ik zit rustig te spelen bij school. Mijn moeder loopt in de buurt, tussen de bomen. Ze fluit naar me—een heel vertrouwd geluid. Ik houd haar in de gaten. Het voelt goed dat ze dichtbij is, maar soms zie ik haar alleen nog in de schaduw. Dan maak ik me zorgen. Ik weet dat het meestal goed gaat met haar, maar toch blijf ik opletten.
Ook deze kinderdroom laat zien hoe vroeg een patroon kan ontstaan—in het geval van mijn vriendin het patroon van zorg en alertheid. Door de ziekte van haar moeder raakt ze al jong gewend aan afstemmen: alert, zorgzaam, voelend hoe het met de ander gaat. Die diepe band met haar moeder is er nog steeds. Het afstemmen is gebleven. Ze voelt haarfijn aan wat anderen nodig hebben, vaak al vóór iemand iets zegt. Maar daar ligt ook haar valkuil: soms gaat ze te ver, neemt ze verantwoordelijkheid die niet van haar is. De uitdaging blijft: betrokken zijn zonder jezelf te verliezen. De droom laat zien hoe oud dat patroon is en hoe het telkens weer terugkomt.
Terugkerende symbolen als kompas
Wat bij het terugkijken op de kinderdromen van mijn vriendin ook opvalt, is dat in twee van de drie kinderdromen bomen voorkomen. Niet opvallend aanwezig, maar altijd op de achtergrond. Bomen brengen rust en begrenzing, ook in haar dagelijks leven. Ze woont bij bomen, vindt er beschutting en komt thuis bij zichzelf. Voor haar staat de boom voor stevigheid en gegrond zijn—blijven staan, ook als het waait. Juist als twijfel toeslaat, herinnert de boom haar: ik mag er zijn met alles wat in mij leeft.
In de droomtheorie geldt: wat zich herhaalt, vraagt om gezien te worden—alsof zo’n beeld je wil herinneren aan iets in jou dat van belang is voor je verdere groei. Terugkerende symbolen kunnen zo richting geven aan je persoonlijke ontwikkeling en een waardevol kompas zijn voor je eigen weg, juist wanneer je op zoek bent naar betekenis of houvast.

Zelf werken met je kinderdromen?
Misschien wil je zelf ook opnieuw in contact komen met de vrije energie die jij ooit voelde als kind—of met een levensthema dat zich toen al liet zien. Je hoeft je jouw kinderdroom niet tot in detail te herinneren. Soms is één beeld al genoeg, eén gevoel dat blijft hangen.
Wil je daarmee aan de slag? Probeer dan dit:
- Roep een droom of beeld op van vroeger. Schrijf of teken het. Zonder het meteen te begrijpen.
- Sluit je ogen en stap er opnieuw in. Waar ben je? Wat gebeurt er? Wat voel je? Wat wil je doen? En wat houdt je tegen?
- Sta stil bij wat je raakt. Wat verlangde je toen? Wat herken je nu?
Door ruimte te geven aan het beeld, komt er iets in beweging. Misschien voel je: dát was ik. En dat ben ik nog steeds. Dat inzicht kan richting geven. Iets zachts openen. Je aan iets herinneren. Niet om het te verklaren, maar om stil te staan bij wat zich aandient. Dan wordt je kinderdroom een kompas. Geen antwoord, maar een richting. Iets in jou dat zegt: ”Hier ben ik. En ik mag er zijn.”
Door: Ilse van der Jagt
PS. 1. Ben je benieuwd naar het aanbod van het ITIP? Kijk dan hier op de website van het ITIP!
PS. 2. Een eerdere versie van dit blog verscheen medio 2025 in het Droomjournaal van de Vereniging voor de Studie van Dromen. De dromen zijn geplaatst met toestemming van de dromer in kwestie.
PS. 3. Ben je benieuwd naar je eigen (kinder)dromen? Tegen een kleine vergoeding van €7,50 kun je je droom voorleggen aan het ITIP Dreamteam door deze te delen bij de reactiemogelijkheid onderaan dit blog, dan kijken we er samen naar.


Dag Ilse, mooi dat je schrijft over de beide kanten van kinderdromen; de lichte/vrije kant en de kant van benauwenis en aanpassing.
Dat je ook aandacht geeft aan in dit geval de boom, een element dat opvalt doordat het herhaaldelijk voorkomt, voegt echt toe aan de droomuitleg. Interessant om te kijken met de blik dat zo’n element groeibevorderend kan zijn. Dank je wel.
Jij ook bedankt, Herma. Wat leuk om jouw reactie op mijn blog te lezen. Veel liefs, Ilse
Ik herinner me drie kinderdromen, ik schrijf ze alle drie op, kijk maar welke jullie willen uitleggen of ik betaal wel 3x 7,50.
Voor de eerste droom is het waarschijnlijk belangrijk om te weten dat ik bij mijn oma ben opgegroeid en niet bij mijn ouders en broer en zusjes. Mijn ouders woonden wel vlakbij.
Droom 1: Ik ga naar het huis van mijn ouders voor een bezoekje. Ik ga naar binnen en alles is vreemd stil, er is niemand….Ik ga het trapje af dat naar de kelder leidt. Ik schrik van wat ik zie: Er liggen alleen botten in de kelder en ik begrijp dat een reus mijn familie heeft verslonden…hoe ik me toen voelde weet ik niet meer.
Tweede droom:
Ik loop achter de zeedijk door het groene gras. (Het huis waar ik opgroeide was achter een dijk) Opeens verschijnt er een gevaarlijke wolf. Ik zie een stoel achter de dijk staan en kruip eronder, ik ben doodsbang….De wolf loopt in rondjes om de stoel en steekt zo nu en dan een poot tussen de stoelpoten door maar kan me net niet grijpen….
Droom drie:
Ik voel iets vreemds op mijn blote rug. Ik zie dat er allemaal vliesjes uit mijn rug groeien, ze lijken op de vliesjes die bij een klokhuis de pitten bevatten.
Mijn hele rug zit vol, als ik er met mijn hand overheen strijk vind ik het een vreemd gevoel, het voelt geschubd met lichtelijk scherpe randjes.
Lieve Anneke,
Dankjewel voor het delen van jouw kinderdromen. Ik kan me goed voorstellen dat ze destijds als kind heel intens en beangstigend voor je zijn geweest. Bij de tweede droom schrijf je zelfs over doodsbang zijn. Dat zijn grote gevoelens voor een kind. Graag deel ik mijn kijk op jouw dromen.
Droom 1
Je schrijft dat het voor deze droom waarschijnlijk belangrijk is om te weten dat je bij je oma bent opgegroeid en niet bij je ouders en broer en zusjes. Met die achtergrond lees ik het begin van je droom: je komt het huis van je ouders binnen en het is stil en leeg. Voor mijn gevoel raakt dat beeld aan hoe het voor jou was om niet bij hen te wonen. Het sluit eigenlijk vanzelf aan bij wat je erover vertelt.
In de droom ga je vervolgens naar de kelder — een plek die in dromen vaak verwijst naar wat we diep in onszelf bewaren: gevoelens, herinneringen, indrukken die we niet zomaar laten zien. Daar zie je botten, en het idee dat een reus jouw familie heeft verslonden. Voor een kind is een reus een overweldigende kracht, iets dat veel te groot is om te bevatten. Als je er symbolisch naar kijkt, zou je kunnen zeggen dat de droom iets laat zien van een ervaring of sfeer die voor jou als kind reusachtig groot was. Iets dat als het ware jouw familie “verslond”. Als je nog eens naar dit kelderbeeld kijkt… is er dan iets waarvan jij voelt dat je het als kind misschien liever diep wegstopte? Waar staat die reus in de kelder voor jouw gevoel symbool voor?
Droom 2
In je tweede droom loop je achter de zeedijk door het groene gras. Die plek lijkt verbonden met de omgeving waarin je bent opgegroeid. Dan verschijnt er een wolf. Je kruipt onder een stoel: een plek die net genoeg beschutting biedt om te schuilen, maar eigenlijk niet echt veilig is. De poot van de wolf komt er steeds tussendoor, maar raakt je net niet. Het beeld doet me denken aan een kind dat zichzelf probeert te beschermen met wat er op dat moment beschikbaar is. Geen stevige barrière, maar een stoel — omdat dát er is. Een soort schijnveiligheid, omdat er steeds iets is dat die bescherming kan doorbreken. Herken je dat gevoel van schuilen uit die tijd, of jezelf klein maken om niet gegrepen te worden? Of misschien nu, als levensthema?
Droom 3
In je derde droom groeit er iets uit jouw rug: vliesjes die voelen als een geschubde, licht scherpe laag. Een heel lichamelijk beeld, alsof er een beschermlaag ontstaat die nog nieuw en vreemd aanvoelt, maar wel van jou is. Een verandering in jou, al in je jeugd. Ik ben benieuwd in hoeverre je dit herkent. Ken je zo’n beschermlaag — die “scherpe randjes” die je als kind misschien hebt ontwikkeld om jezelf staande te houden? En hoe heeft dat zich in je volwassen leven verder gevormd?
Lieve Anneke, dit is wat ik in jouw kinderdromen zie. Ik ben benieuwd of hetgeen ik schrijf herkenbaar is voor je en je helpt in het betekenis geven aan deze dromen. Heel leuk en fijn als je dat nog laat weten.
Lieve groet,
Ilse
Lieve Ilse,
Bedankt voor je uitleg. Ik besefte dat dit heel dicht de kern raakte van mijn jeugd waar onzekerheid, eenzaamheid, angst en onveiligheid altijd aanwezig waren. Dit heeft mij gevormd tot een persoon die uit angst gekwetst te worden een ‘muurtje’ om zichzelf heeft opgetrokken en mijn ware ik nooit heb getoond. Pas de laatste jaren heb ik door ingrijpende gebeurtenissen dit muurtje durven laten afbrokkelen…..
Lieve Anneke,
Heel graag gedaan. Fijn om te lezen dat mijn antwoord je geholpen heeft. Dat het muurtje maar nog verder mag afbrokkelen, opdat jouw ware ik steeds zichtbaarder wordt.
Lieve groet,
Ilse